Programma Wet straffen en beschermen bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid

Olaf Koopman

Adviseur bij Vellekoop & Meesters
Olaf werkt als business analist binnen het programma Wet straffen en beschermen bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij is verantwoordelijk voor het opstellen van ketenwerkprocessen naar aanleiding van de nieuw aangenomen wet. “Hoewel alle ketenpartners de datum van inwerking treden van de nieuwe wet willen behalen, is er nog niet zo makkelijk consensus over alle onderwerpen te bereiken”.

Wet straffen en beschermen

De Wet straffen en beschermen zal op 1 mei 2021 in werking treden en behelst een aantal wijzigingen in het gevangeniswezen en de strafrechtketen:

  1. De voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) wordt maximaal 2 jaar (nu kon dit oplopen tot 10 jaar) en er wordt voor iedere gedetineerde een individuele beslissing genomen.
  2. Het verlof wordt minder vrijblijvend en vanzelfsprekend. Elk verlof moet een re-integratiedoel hebben en er wordt gekeken naar gedrag gedurende de gehele detentie.
  3. Meewegen van slachtofferbelangen voor verlof en de v.i.

Zie ook onderstaande video [Bron].

Ketenpartners

De implementatie vraagt om actieve deelname van alle ketenpartners die wekelijks samenkomen om de voortgang te bewaken. Dit betreffen: Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Openbaar Ministerie (OM), rechtspraak, politie, Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), 3 reclasseringsorganisaties (3RO), Justitiële Informatiedienst (Justid), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Slachtofferhulp Nederland (SHN).

Kansen bij Vellekoop & Meesters

Olaf werkt sinds deze zomer binnen dit programma. “Bij Vellekoop & Meesters werk je soms voor korte duur (een aantal maanden) en soms voor lange duur (een aantal jaar) aan een opdracht of programma. Hierdoor kan je steeds in een ander domein ervaring opdoen en zet je je kennis op het gebied van business- en informatieanalyse, projectleiding, architectuur etc. steeds op een andere manier in. Tijdens deze opdracht helpt juist mijn frisse blik op de bestaande processen voor de optimalisatie van de ketenwerkprocessen”. Olaf is dan ook erg blij met de verlenging van zijn opdracht die aanvankelijk maar een paar maanden zou duren. Waar hij eerst alleen werkte aan ketenwerkprocessen voor de slachtofferbelangen, werkt hij nu aan alle ketenwerkprocessen onder de Wet straffen en beschermen. Dit zorgt er niet alleen voor dat hij meer domeinkennis op doet en als ‘vraagbaak’ fungeert, maar ook dat hij op de langere termijn meer impact kan uitoefenen op de verbetering van de processen in de strafrechtketen.

Uitdagingen

Olaf begeleidt sessies waarin de verschillende wetteksten worden vertaald naar de business laag. Hierbij is de aanwezigheid van alle ketenpartners nodig om hun eigen deel van het totaal toe te lichten en ook te begrijpen hoe dit doorwerkt naar andere delen en daarmee naar elkaar. Het vergt voor een aantal toch een behoorlijk andere manier van kijken naar het eigen werk en daarmee een uitdaging om de deelnemers mee te krijgen.
De opdrachtgevers drongen eerst aan op het vooral produceren van teksten, maar ik heb met volgende praatplaat laten zien dat een visualisatie zeker in deze sessies goed kan helpen. Daar ben ik best trots op.

Implementatie van de wet

Tijdens de ketensessies voor de ketenwerkprocessen wordt bepaald welke activiteiten moeten worden uitgevoerd naar aanleiding van de wet. Vervolgens wordt gekeken welke informatie daarvoor moet worden uitgewisseld tussen de ketenpartners. Dit wordt samengebracht in de ketenwerkprocessen. Daarnaast worden er rollen en taken verschoven en moeten de nieuwe processen straks geïntegreerd worden in de bestaande. Daarnaast zijn sommige onderdelen niet één op één uit de wet te halen en wordt er om aanvullende beleidsuitwerkingen gevraagd. Hiermee komt al snel de strakke deadline van 1 mei 2021 in gevaar. “Helaas wordt er nu al gewerkt aan een startsituatie en een eindsituatie waar men na 1 mei 2021 naartoe wil groeien. Daarmee worden sommige processen doorgeschoven en wanneer dit echt niet kan wordt er een tussensituatie gecreëerd op het niveau van de informatievoorziening”.